APPARATUUR MET EEN DIGITAAL HART

Aanbiedingen

AX-3020L

Voedingseenheid: voor lab, met hoog vermogen; Kanalen: 1; 0÷20A

AX-3005D

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; 0÷30VDC; 0÷5A; Stekker: EU

AX-3010H

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; Uin max: 1÷30V; Iin: 1,6A

AX-3004H

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; Uuit: 30VDC; Uuit2: 5VDC

AX-3010DS

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; 0÷30VDC; 0÷10A; Stekker: EU

AX-1803D

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; 0÷18VDC; 0÷3A; Stekker: EU

AX-3005DS

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; 0÷30VDC; 0÷5A; Stekker: EU

AX-3003D

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; 0÷30VDC; 0÷3A; Stekker: EU

AX-3005DLS

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; 0÷30VDC; 0÷5A; Stekker: EU

AX-3005DBL

Voedingseenheid: voor lab; Kanalen: 1; 0÷30VDC; 0÷5A; Stekker: EU

AXIOMET catalogus

Download de catalogus (ver. 6)
PDF (12,9 MB)

Wat moet ik doen als de emissiegraad van de pyrometer niet kan worden ingesteld?

De emissiegraad kan een waarde tussen 0 en 1 zijn.

Bij pyrometers waarin deze graad niet handmatig kan worden ingesteld is hij meestal in het geheugen van het toestel als een vaste waarde van 0,95 opgeslagen. Dit komt in de buurt van vele typisch geteste materialen.

Er ontstaat een probleem in het geval van zeer gladde materialen zoals gepolijste metalen waarvan de emissiegraad een waarde beneden 0,1 heeft.

Voor het meten van de temperatuur van dergelijke objecten kan beter een pyrometer met de mogelijkheid tot handmatig invoeren van de emissiegraad worden aangeschaft. Als dit niet mogelijk is, kan de nauwkeurigheid van de temperatuurmeting worden verbeterd door:

  • de toepassing van speciale pyrometrische isolatietapes met een bekende emissiegraad die op het te meten object kunnen worden geplakt.
    De tape neem snel de temperatuur van het object over en zijn emissiegraad is gelijk aan die in het geheugen van de betreffende pyrometer.
  • het zelfstandig bepalen van meetfouten voor verschillende temperaturen, in het voor de gebruiker interessante bereik.
    Door de meetwaarden van de pyrometer te vergelijken met die van een contactthermometer kan de meting met de pyrometer worden gecorrigeerd om beter met de werkelijkheid overeen te komen.

Beide methoden kunnen ook worden toegepast voor oppervlakken met een onbekende emissiegraad.