APPARATUUR MET EEN DIGITAAL HART

Aanbiedingen

AX-C605

Luskalibrator; V DC: 0÷28V; I DC: 0÷22mA; 0÷50°C; 0,001mA; 1mVDC

AX-C830

Thermokoppel-kalibrator; V DC: -10m÷75mV; Maateenheid: °C, °F

AX-DG1015AF

Generator: functioneel; Bandbreedte: ≤15MHz; LCD TFT 3,5"

AX-LCR41A

RLC-brug; LCD 5 cijfers; 3x/s; 0,0001÷9,999MΩ; 0,1p÷9999uF; 400g

AX-C850

RTD-kalibrator; Meetbereik R: 0,01÷400/1500/3200Ω

AX-C708

Multimeter kalibratietoestel; V DC: 0,01m÷40m/400m/4/40/400V

AX-LCR42A

RLC-brug; dubbel LCD (19,999/1999), staafdiagram, verlicht

AX-DG100-SOF

Software; Gebruik: AX-DG105; Uitrusting: kabel RS232, software

AX-EL600W

Elektronische belastingen; LCD 4,3", verlicht; 0÷150V; 0,001÷60A

AX-DG1005AF

Generator: functioneel; Bandbreedte: ≤5MHz; LCD TFT 3,5"; 1024pts

AXIOMET catalogus

Download de catalogus (ver. 6)
PDF (12,9 MB)

Wat zijn de oorzaken van overspanningen en hun hoofdtypes?

Overspanningen in elektrische installaties worden ingedeeld in twee groepen:

  • interne overspanningen,
  • externe overspanningen.

Deze indeling verwijst naar de oorzaak van overspanningen.

Interne overspanningen ontstaan binnen een elektrische installatie, bijv. door de overschakeling van stromen, storingen of plotselinge veranderingen van belastingen. Ze worden verder onderverdeeld in:

  • schakeloverspanningen welke tijdens het in- en uitschakelen van onbelaste lijnen en tijdens automatisch oplossen van kortsluitingen;
  • kortstondige (tijdelijke) overspanningen die door plotselinge veranderingen van de belasting worden veroorzaakt;
  • aardlekoverspanningen door kortsluiting met de aarde;
  • resonantieoverspanningen.

De tweede groep omvat atmosferische overspanningen die veroorzaakt worden door omgevingsverschijnselen, en in de praktijk - door atmosferische ontladingen. Ze worden volgens de afstand van de installatie onderverdeeld. De sterkste zijn overspanningen die ontstaan door een directe blikseminslag in het elektriciteitsnet, en in de tweede instantie deze die worden veroorzaakt door een blikseminslag in de nabijheid van het elektriciteitsnet. Minder belangrijk zijn ontladingen in de atmosfeer, tussen wolken, die natuurlijk sterker zijn als ze dichter bij het net optreden. Atmosferische overspanningen kunnen ook worden veroorzaakt door radiogolven.

Overspanningen kunnen ook op basis van hun duur worden ingedeeld in puls- of langdurige overspanningen.